Monetaire reset

In het kader van het economische herstel is een ‘monetaire reset’ niet enkel wenselijk dan wel noodzakelijk om ons te behoeden voor de totale ineenstorting van onze maatschappij. Een dergelijk ‘doemscenario’ is geen prettige gedachte, debat hieromtrent wordt dan ook liever vermeden en/of onthaald op reacties die onze alertheid slechts kunnen aanscherpen.

Onderzoek

Na diepgaander onderzoek kunnen we bezwaarlijk nog spreken van een ‘economisch’ model, het simpelweg ontbreken van een aantal fundamenten kan logischerwijs slechts leiden tot een manke besluitvorming. De overtuiging is alvast dat we veel beter kunnen als we bereid zijn om de vreedzame krachten te bundelen. In eerste instantie richten we de aandacht tot het ‘schuldencomplex’ met in het verlengde een cascade aan bevrijdende gevolgtrekkingen.

Schuldencomplex

Anno 2015 staan we als mensheid voor een gigantisch probleem. Dit vertaalt zich als een haast onoplosbare schuldenberg die als een donkere schaduw onze toekomst hypothekeert. Het ontneemt ons een heldere kijk op allerhande nobele plannen die in metaforische zin achter de berg liggen maar (vooralsnog) niet voldoende kunnen doorstromen. Er bestaan zowel overheids- als private schulden en we hebben twee wegen om aan dit probleem te verhelpen, wegwerken enerzijds, oplossen anderzijds. Tussen ‘wegwerken’ en ‘oplossen’ bestaat een fundamenteel verschil. ‘Wegwerken’ betekent dat we de reële economie belasten en ‘oplossen’ betekent dat we louter technisch te werk gaan.

Mondiaal

Het oplossen van een mondiaal probleem vereist een mondiale aanpak en brengt ons automatisch tot een macro-economische benadering. Voor deze oefening maken we gebruik van de Fishervergelijking, de verkeersvergelijking van Fisher is een in de monetaire economie veel gebruikte vergelijking. De vergelijking is genoemd naar de econoom Irving Fisher, die haar in 1911 introduceerde. Zij luidt:

MxV = PxT

  • M (money) = de totale hoeveelheid geld
  • V (velocity) = de omloopsnelheid
  • P (price) = het gemiddelde prijsniveau
  • T (tradevolume) = het handelsvolume

Dit alles wordt gemeten binnen een vastgesteld tijdsbestek, bijvoorbeeld één jaar. MV geeft in een economie derhalve de geldomzet weer en PT de goederenomzet waar de geldstroom aan wordt besteed. Alhoewel transacties op de geld- en kapitaalmarkt niet in de formule zijn vervat, kan deze formule toch dienen voor het verklaren van macro-economische gebeurtenissen en hun gevolgen. Deze vergelijking kunnen we comprimeren waarin we de geldhoeveelheid afzonderen.

M = Q

Integrale verkeersvergelijking (IV)

De Fishervergelijking weerspiegelt onze basis, producten worden middels arbeid gerealiseerd en het geld rolt door het economische circuit om aan- en verkoop te regelen. De vergelijking herbergt a priori geen schulden, de schulden (S) zijn logischerwijs altijd gelijk aan de vorderingen of opeisbaar kapitaal (K). Dit schuldencomplex voegen we toe aan de verkeersvergelijking:

K
M = Q
S

Met deze integrale verkeersvergelijking gaan we aan de slag, het wordt nu kunst om alle schuldeisers hun kapitaal terug te bezorgen zonder koopkrachtverlies, langs de andere kant de schuldenaars te verlossen van deze schuld. Om dit te doen gebruiken we een vereenvoudigd model van de werkelijkheid.

Financiële relativiteitstheorie

Een vereenvoudigd model laat toe om dynamieken transparanter te maken, we kiezen voor een boekhoudkundige consolidatie met een beperkt aantal economische agenten. De kwantiteit aan data is hierbij ondergeschikt aan de kwaliteit van de methode. De integrale verkeersvergelijking verwerken we in de consolidatie, elke boekhoudkundige rekening ressorteert onder één van de symbolen. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, tegelijkertijd genereren we voldoende geld om onze schulden te herleiden tot nihil.

Deze oefening is vergelijkbaar met eenvoudige deflatie, het enige verschil is de wiskundige fijnafstemming. Dit kunnen we transparant maken door in de eerste plaats alle waarden te delen door de conversiefactor. Het neutrale geld houden we even in gedachten en verwerken we in de volgende stap. Deze conversie wijzigt principieel niets aan de onderlinge relaties, de getallen zijn nominaal kleiner maar relatief verandert er niets.

In de tweede fase voegen we het neutrale geld (C) toe aan de consolidatie, gemakshalve gebruiken we nieuwe rekeningen. Elke schuldenaar ontvangt een deel overeenkomstig de openstaande schuld, de tegenpost is eigen vermogen. Dit geld gaat vervolgens naar de schuldeisers die het in z’n kas steekt. Op deze manier verdwijnt het schuldencomplex volledig, deze transacties boeken we via een journaalpost. De nieuwe consolidatie is vervolgens schuldenvrij.

De Financiële Relativiteitstheorie bewijst ons dat er technisch gezien geen restrictie bestaat om alle schulden te herleiden tot nihil. Als gevolg hiervan dienen we een verklaring te vinden waarom de bevolking hiermee belast wordt, economisch gezien bestaat hiervoor immers geen rechtsgeldigheid.

Sociale gevolgen

In andere woorden, als maatschappij verkeren we in een uiterst hachelijke en bijna absurde positie. Het is als zeggen dat remedies op de tafel liggen maar toch de bevolking in de waan laten dat er geen andere remedies zijn dan deze last op hun schouders te leggen. De sociale gevolgen zijn dan ook navenant, afgewogen tegen de bewijslast kan dit ons als mensen niet onberoerd laten. Nader onderzoek laat echter niets aan het toeval over en kan slechts de Financiële Relatviteitstheorie bekrachtigen.

Precedent

Een vergelijkbaar precedent vinden we net voor WOII, beter gekend als het Chicago Plan. Dit rapport werd door het IMF heropgevist en zegt – verrassend genoeg – nagenoeg hetzelfde als de uitkomst van onze oefening. In de samenvatting staat te lezen:

At the height of the Great Depression a number of leading U.S. economists advanced a proposal for monetary reform that became known as the Chicago Plan. It envisaged the separation of the monetary and credit functions of the banking system, by requiring 100% reserve backing for deposits. Irving Fisher (1936) claimed the following advantages for this plan:

(1) Much better control of a major source of business cycle fluctuations
(2) Complete elimination of bank runs
(3) Dramatic reduction of the (net) public debt
(4) Dramatic reduction of private debt

We study these claims by embedding a comprehensive and carefully calibrated model of the banking system in a DSGE model of the U.S. economy. We find support for all four of Fisher’s claims. Furthermore, output gains approach 10 percent, and steady state inflation can drop to zero without posing problems for the conduct of monetary policy.

Besluitvormingstheorie

Al deze waarnemingen en bijhorende bewijslast wekt op z’n minst een gevoel van onbehagen want hoe kunnen we verklaren dat we hier als bevolking niet meer over horen? Verschillende verklaringen zijn echter vrij eenvoudig te vinden, hiervoor doen we beroep op de besluitvormingstheorie van Herbert Simon. Deze theorie wordt gebundeld in een aantal axioma’s:

  1. de mens kan onmogelijk alle alternatieven voor een beslissing kennen;
  2. de alternatieven die hij kent, kan hij niet alle simultaan vergelijken.
  3. als gevolg van de eerste twee axioma’s zal men niet het optimale alternatief kiezen.
  4. de mens beschikt over een set routineacties
  5. deze routineacties bestaan alle los van elkaar
  6. elk probleem wordt simultaan met het bestaande doel en middelen beschouwd
  7. als gevolg van 4 en 5 zal 2 pas in werking treden als routineacties niet meer volstaat

In het kort, volgens axioma (1) kan een mens niet alle alternatieven kennen, een stelling die tot nadenken stemt aangezien het Chicago Plan Revisited voor iedereen toegankelijk is op internet. Voor de leek is dit misschien ongekende materie, voor politieke overheden mogen we denkelijk wel stellen dat de zaak anders ligt. Zij worden immers verwacht om al deze elementen in rekening te brengen ten behoeve het maatschappelijk welzijn. In het verlengde kunnen we de andere axioma’s beschouwen, volgens axioma (7) wordt het alternatief pas in rekening gebracht als routineacties niet meer volstaan.

Vragen

Op basis van dit werkdocument stellen zich een aantal zwaarwichtige vragen, dienen we hier te denken aan incompetentie en/of het doelbewust misleiden van de bevolking? Beide aantijgingen genopen diepgaander reflectie en onderzoek, het interpelleren van beleidsvoerende instanties is hierin een eerste stap. Welke verklaringen kunnen ingeroepen worden als verzachtende omstandigheid? Gezien de sociale impact – die dagelijks ervaren wordt – lijkt het adviseerbaar om deze kwestie met prioriteit te behandelen. Anders gezegd, zolang het alternatief niet opgenomen wordt binnen het maatschappelijke besluitvormingsproces blijven routineacties van kracht. Dit is geenszins een democratie waardig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s