Omgekeerde effectiviteit

De besluitvormingstheorie van Herbert Simon is een interessante theorie om onze problemen te analyseren, beslissingen kunnen op een bepaald moment goed lijken en dat in werkelijkheid ook zijn, ze kunnen echter ook leiden tot de omgekeerde effectiviteit dat pas zichtbaar wordt na verloop van tijd. Uiteindelijk wil dit zeggen dat goed en kwaad – net zoals gelijk en ongelijk – zich simultaan manifesteren en altijd contextueel te beschouwen zijn. Beslissingen worden genomen in functie van een doel en de bestaande middelen, bij problemen is het dan ook raadzaam om het doel regelmatig te herzien en kennis te nemen van de beschikbare alternatieven. Anders gezegd, het is mogelijk dat nuttige informatie niet opgenomen wordt bij de besluitvorming, dit leidt tot een element van beperkte rationaliteit wat een zware sociale impact kan hebben.

Besluitvorming

Beperkte rationaliteit of begrensde rationaliteit is rationaliteit van de mens in besluitvorming waarbij er rekening wordt gehouden met de beperkte beschikbaarheid van informatie, cognitieve beperkingen en de beperkte tijd om tot een besluit te komen. Herbert Simon formuleerde een aantal axioma’s ter beschrijving van de besluitvomingstheorie. Deze axioma’s of proposities zijn:

  1. de mens kan onmogelijk alle alternatieven voor een beslissing kennen;
  2. de alternatieven die hij kent, kan hij niet alle simultaan vergelijken.
  3. als gevolg van de eerste twee axioma’s zal men niet het optimale alternatief kiezen.
  4. de mens beschikt over een set routineacties
  5. deze routineacties bestaan alle los van elkaar
  6. elk probleem wordt simultaan met het bestaande doel en middelen beschouwd
  7. als gevolg van 4 en 5 zal 2 pas in werking treden als routineacties niet meer volstaan

Bij volledige rationaliteit worden alle alternatieven overwogen en kan zo tot een optimale keuze gekomen worden. Bij beperkte rationaliteit zal het zoekproces gestaakt worden bij de eerste bevredigende optie. Het nadeel van beperkte rationaliteit is daarmee dat niet noodzakelijk de meest optimale keuze wordt gemaakt en dat een besluit in sommige gevallen zelfs averechts kan uitwerken.

Monopoly

Vandaag kan onze economie vergeleken worden met een monopolyspel, binnen dit spel is het kunst om zoveel mogelijk geld, bezit en macht te vergaren. Dit soort spel heeft zowel goede- als slechte eigenschappen en kan uitmonden in een pathologische situatie die om correctie vraagt. Anno 2015 is het meer dan duidelijk dat een maatschappelijke correctie aan de orde is, de pathologie uit zich in een mondiale schuldenberg die heel onze beschaafde samenleving teistert. Een systeem van leningen is daarom niet slecht, een lening laat immers toe om de toekomst naar het heden te halen om zodoende welvaart in versneld tempo op te bouwen. Het goede transformeert naar het kwade als niet tijdig de doelstelling herzien wordt, het doel – welvaartsopbouw – is dan bereikt maar men blijft deze handelswijze bekrachtigen waardoor we eraan voorbij schieten. Veel woorden kunnen we samenvatten in een beeld.

Sociaal duurzame economie (SDE)

In reactie op deze pathologische toestand wordt gepleit voor een sociaal duurzame economie (SDE), dit betekent dat een heel andere mentaliteit zich dient te ontwikkelen. Een dergelijke trend mag zich verwachten aan heel wat verzet van diegenen die het monopolyspel aanhangig zijn, niet in het minst van diegenen die hierin het meest succesvol zijn geweest en hun verworven machtsposities zullen verdedigen. In werkelijkheid worden we dan geconfronteerd met twee golven of trends, enerzijds een correctieve, een destructieve anderzijds. Een dergelijke situatie leidt inherent tot heel wat chaos en turbulentie waarin mensen voor de keuze gesteld worden, conformeren aan het oude wereldbeeld of dit beeld loslaten en de stap wagen om een nieuwe realiteit te helpen realiseren.

Cognitieve dissonantie

In theorie lijkt dit alles eenvoudig, in werkelijkheid is dit een aardsmoeilijk proces waardoor we de werking van de menselijke psyche niet buitenspel kunnen plaatsen. Tal van psychologische fenomenen manifesteren zich dan simultaan, zo betekent cognitieve dissonantie de onaangename spanning die ontstaat bij meningen die niet resoneren met de eigen mening, dit kan leiden tot verzet waardoor het geambieerde herstelproces gestagneerd wordt. Dit resulteert in een comateuze toestand maar de destructieve beweging zet wel haar weg verder, niet in het minst bekrachtigt door een politiek die nog volgens het oude wereldbeeld handelt. Op deze manier komen we tot een politiek die steeds meer aan vertrouwen verliest, logisch te verklaren door een beleid dat evolutionair al lang achterhaald is of op z’n minst veel te lang talmt om de broodnodige sociale correcties door te voeren.

Openheid

Volgens de besluitvormingstheorie kan een mens (1) niet alle alternatieven kennen, noch (2) kan hij ze allen simultaan beschouwen. Routineacties blijven dan van kracht tot de situatie onhoudbaar wordt en de alternatieven – in het beste geval – alsnog in rekening worden gebracht. Anders gezegd, alternatieven kunnen dan wel beschikbaar zijn maar toch worden ze niet opgenomen door het politieke beleid, hiermee zeggend dat onnodig maatregelen getroffen worden die averechts werken en de maatschappelijke spanning opdrijven. Niet enkel beperkte- maar ook begrensde rationaliteit speelt hierin een rol, een alternatief moet ook begrepen worden alvorens men erdoor ‘geraakt’ kan worden. Dit ‘raken’ is een kwestie van bewustwording maar vereist in de eerste plaats de bereidheid daartoe, het zich open stellen voor alternatieve zienswijzen en daar ook verder over durven nadenken.

Waan van de dag

Een dergelijk proces is – net omwille van het samenspel van al deze elementen – veel makkelijker gezegd dan gedaan, het kan zelfs leiden tot z’n tegengestelde. Op deze manier komen we tot – letterlijk te nemen – tragisch absurde situaties, we houden ons dan bezig met problemen die in werkelijkheid geen probleem zijn. En erger, veel vaker beschouwen we het probleem als ‘normaal’ waardoor we er immuun voor worden, zonder kennis te nemen van het alternatief kunnen we zelfs geen vergelijking maken tussen pro en contra waardoor we – niet eens bewust van de mogelijkheden – onszelf gevangen houden. In het verlengde bekrachtigen we een distopisch wereldbeeld en elke sociale innovatie beschouwen we – vrijwel reflexmatig – als utopisch en onrealiseerbaar, we leggen dan het alternatief snel terzijde en gaan verder met de ‘waan van de dag’ waarover we tal van verklaringen afleggen waarom we dat zo noemen.

Onderzoek

Een minderheid zal een diepgaander onderzoek aanvatten, leidend tot de bikkelharde confrontatie dat mensen nog slechts robotten zijn in functie van geld, bezit en machtsspelletjes die inherent zijn aan het monopolyspel. Dit spel komt met een aantal neveneffecten in die zin dat het spel gemanipuleerd zal worden in functie van de doelstelling, begrijpelijk binnen het spel maar ook leidend tot een aantal platitudes die we vervolgens niet meer in vraag stellen. Op deze manier komen we tot een maatschappelijke auto-immuunziekte, het systeem voedt ahw zichzelf door de kapitale denkfouten die er gaandeweg ingeslopen zijn. Het beleid bouwt verder op deze platitudes waardoor – ondanks alle wellicht goedbedoelde pogingen – geen doorbraak gevonden wordt voor de economische crisis. Paradoxaal genoeg, de platitudes zijn op zichzelf heel eenvoudig te doorzien als we ze aandacht geven, een aantal kunnen we in een beeld vangen.

Lachenderwijs

Een beeld is maar een beeld, veel vaker geniet het niet eens onze aandacht in een wereld die letterlijk bol staat van tabellen, grafieken en cijfermateriaal, ook hier lijkt de auto-immuniteit een rol te spelen. Mensen raken verzadigd en schenken nuttige informatie dan ook geen aandacht meer, dit wordt totaal anders wanneer we naar de sociale impact gaan kijken. Deze vier platitudes bepalen wel degelijk het economische debat zonder dat we de schade naar behoren kunnen inschatten, het komt immers niet in ons op om hierover vragen te stellen aangezien we het nu eenmaal – via een weg van auto-conformatie – normaal vinden om te denken zoals we doen. En sterker, verwijzing hiernaar wordt vaak onthaald op verzet en dat alsof we graag onszelf voor de gek houden, dit is niet enkel ontnuchterend maar ook bijzonder verontrustend. Immers, we kunnen ons pas zorgen maken als we ons bewust zijn van de impact op het welzijn van de bevolking, een bevolking die misschien onwetend is over waar het nu ten diepste over gaat en er dan ook nogal oppervlakkig – zelfs lakoniek – op reageert.

Rationalisering

Langs de andere kant maar niet minder pijnlijk, wanneer we het probleem wel (h)erkennen dan omkaderen we dat graag met allerhande rationaliseringen die finaal het probleem minimaliseren om het vervolgens het daarbij te laten. Het is alsof we – geheel onbewust – een menselijke catastrofe eigenhandig cultiveren om vervolgens naar schuldigen te zoeken voor het tragische lot dat ons wordt aangedaan, de getuigenissen zijn legio. Het spreekt denkelijk voor zich dat een gevoel van machteloosheid hieruit kan ontstaan, het is als weten waar het probleem in te vinden is maar er slechts hulpeloos naar kunnen kijken. Op deze manier worden we getuige van een sociaal drama waarin we zelf een rol spelen, en wie zich niet bewust is van het probleem heeft daartegen een ‘zalig leventje’. Het ontgaat ons of het gaat boven het spreekwoordelijke petje, enige voeling zal dan ontbreken waardoor ook de maatschappelijke auto-immuunziekte in stand gehouden wordt, punt.

Drama ten top

Nog dramatischer wordt het wanneer we zicht krijgen op het immense aanbod aan onderzoeksmateriaal dat hier deskundig over rapporteert, een mens heeft letterlijk meerdere levens nodig om het allemaal te kunnen lezen maar toch zien we dat er fundamenteel niets – in ieder geval bitter weinig – wijzigt aan de besluitvorming, de bevolking kreunt onder de stereotiepe berichtgeving die niet de perceptie geeft dat al dit prachtige studiewerk nog enige waarde heeft. Het is als zeggen dat we beter onderwijs afschaffen om met z’n allen geld te kunnen produceren, er heerst immers een absolute schaarste aan getallen (geld) om een degelijk beleid te kunnen voeren. Onze samenleving is diep gezonken, een conclusie die niet gebaseerd op het ontbreken aan middelen dan wel z’n tegengestelde, er is een overvloed aan alternatieven die het collectieve bewustzijn niet bereiken via de kanalen waarvan we dat – als we onze democratie nog enige waarde mogen toedichten – mogen verwachten.

Intellect

Of moeten we concluderen dat het intellect z’n grenzen kent en een volgend doemscenario niet te vermijden valt? Hoeveel absurder kunnen we dit sociale drama nog maken, oplossingen liggen in de schuif maar we hebben er geen tijd voor omdat er teveel problemen zijn, probeer dit aan je kleinkinderen te vertellen en ze beginnen te hyperventileren bij het idee om volwassen te worden. Je kleinkinderen willen helemaal zo niet worden, ze willen creatief en speels blijven opdat ze het leven kunnen blijven ervaren zoals ze dat nu doen, frivool en wulps met de wind in de haren. En ja, waar is dan die creativiteit van het kind in ons naartoe? Is het werkelijk zo moeilijk om onze boekhouding op orde te krijgen, waar gaat die economische miserie nu om? Over getallen in hokjes die we van de ene cel naar de andere trachten te sjouwen met noeste arbeid? Welnu, als dat het probleem is dan kunnen we ook onze computer gebruiken om exact hetzelfde te realiseren, een aantal muisklikken volstaan om getallen van hok te verplaatsen. Be creative, onderstaand beeld laten we ter diepgaander reflectie, het is de eenvoud zelve.

Pro memorie

Beperkte rationaliteit of begrensde rationaliteit is rationaliteit van de mens in besluitvorming waarbij er rekening wordt gehouden met de beperkte beschikbaarheid van informatie, cognitieve beperkingen en de beperkte tijd om tot een besluit te komen. Herbert Simon formuleerde een aantal axioma’s ter beschrijving van de besluitvomingstheorie. Deze axioma’s of proposities zijn:

  1. de mens kan onmogelijk alle alternatieven voor een beslissing kennen;
  2. de alternatieven die hij kent, kan hij niet alle simultaan vergelijken.
  3. als gevolg van de eerste twee axioma’s zal men niet het optimale alternatief kiezen.
  4. de mens beschikt over een set routineacties
  5. deze routineacties bestaan alle los van elkaar
  6. elk probleem wordt simultaan met het bestaande doel en middelen beschouwd
  7. als gevolg van 4 en 5 zal 2 pas in werking treden als routineacties niet meer volstaan

Bij volledige rationaliteit worden alle alternatieven overwogen en kan zo tot een optimale keuze gekomen worden. Bij beperkte rationaliteit zal het zoekproces gestaakt worden bij de eerste bevredigende optie. Het nadeel van beperkte rationaliteit is daarmee dat niet noodzakelijk de meest optimale keuze wordt gemaakt en dat een besluit in sommige gevallen zelfs averechts kan uitwerken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s